PADDO'S, VERBIEDEN OF REGULEREN ?
Stichting Adviesburo Drugs Amsterdam

Naar aanleiding van de stijging van het aantal ambulanceritten vanaf 2006 voor eerste hulp aan gebruikers van paddo’s pleitte het Adviesburo Drugs bij de GGD om een overleg te starten met Amsterdamse eigenaren van smartshops en het landelijke overleg van smartshopeigenaren (VLOS). Het overleg startte begin 2007 waarbij na bestudering van de cijfers van de centrale meldkamer van de GGD bleek dat de eerste hulp hoofdzakelijk toeristen betrof die een aantal dagen de stad bezoeken en paddo’s gebruiken. Informatie uit het land leerde dat dit probleem zich niet onder Hollandse gebruikers voordoet of toeristen in andere steden zoals Maastricht met relatief veel zogenaamde drugstoeristen. Kortom, het betreft een typisch Amsterdams probleem dat een Amsterdamse aanpak verlangt.
Het overleg kwam tot een aantal voorstellen om het aantal paddo-incidenten terug te dringen:

Naar aanleiding van allerlei niet geverifieerde en ongenuanceerde berichten over paddo-incidenten die vanaf mei 2007 in de media verschenen werden er tussen de afzonderlijke overlegpartners en het Adviesburo nog een aantal nieuwe voorstellen opgesteld:

Ook deze aanbevelingen zijn doorgegeven naar zowel de GGD als de beleidsambtenaar van het stadhuis (OOV).

Naar aanleiding van een motie voor een verbod op de verkoop van paddo’s die de Tweede Kamer op basis van eerder genoemde ongenuanceerde berichten in de media had aangenomen zijn de voorstellen aan het ministerie van VWS opgestuurd.
Het heeft er ongetwijfeld toe geleid dat de minister in plaats van het overnemen van de motie van de Tweede Kamer koos voor een opdracht geven aan een speciale adviescommissie van VWS voor het opstellen van een risicoanalyse over paddo’s. Tot op heden heeft de minister nog geen besluit genomen.

Met de brief van burgemeester Cohen wordt duidelijk dat Amsterdam in plaats van een verbod kiest voor een regulering van de verkoop van paddo’s. Vanuit de analyse dat het een Amsterdams probleem is heeft de burgemeester veel van bovenstaande voorstellen overgenomen, aangevuld met een wel zeer opvallend voorstel van het invoeren van een bedenktijd van drie dagen voor de aanschaf van paddo’s.
Het bijzondere is dat dit voorstel geen nadelig effect heeft voor de Hollandse gebruikers, waar tussen aanschaf en gebruik van paddo’s bijna altijd meerdere dagen zitten. Het voorstel werpt wel een dam op voor al die toeristen die slechts een aantal dagen Amsterdam bezoeken en paddo’s willen gebruiken. Critici van dit voorstel wijzen erop dat dit systeem ontdoken zal worden en onder andere tot straathandel in paddo’s zal leiden.
Los van het gegeven dat de risicogroep van toeristen waar deze maatregel voor bedoeld is zich niet inlaten met straathandel in drugs zijn paddo’s te volumineus, dus ongeschikt om via de straat verkocht te worden. Uiteraard zal welk drie-dagen-registratiesysteem dan ook een aantal zwakke plekken vertonen maar zullen de voordelen blijven opwegen tegen de nadelen.
Het Adviesburo Drugs is ervan overtuigd dat door het samenhangende pakket van maatregelen van een beperking van het aantal verkooppunten, een goede flyer over de risico’s van paddo’s tot het drie-dagen-systeem waar de burgemeester voor pleit, het aantal incidenten rond het gebruik van paddo’s onder toeristen die Amsterdam bezoeken zal dalen.
Maar ook de voorstanders van een landelijk verbod op de verkoop van paddo’s wijzen erop dat daarmee de incidenten onder toeristen zullen afnemen. Dat klopt, met de kanttekening dat dit voordeel van het verbod niet opweegt tegen de vele nadelen. In het rapport Paddo’s, een analyse en een plan van aanpak (Adviesburo Drugs mei 2007) wordt op basis van een analyse hoe de markt van hallucinogenen (waar paddo’s toe behoren) in elkaar zit, uitgelegd wat de mogelijke gevolgen kunnen zijn als de overheid overgaat tot een landelijk verbod op de verkoop van paddo’s.


Voor gebruikers, die een afkeer hebben van synthetische hallucinogenen zal een verbod op paddo’s andere gevolgen hebben.


Ten slotte zal de legale productie van paddo’s ondergronds gaan met een verschuiving van verse naar gedroogde paddo’s die, om niet gepakt te worden, verwerkt gaan worden in onherkenbare producten zoals paddorepen, theezakjes, honing en snoepgoed.
Hierdoor neemt het risico toe dat zelfs kinderen opgenomen moeten worden in ziekenhuizen die niet wisten dat ze paddorepen gegeten hadden.
Kortom een verbod op de verkoop van paddo’s zal tot een ingrijpende vermindering leiden van het aantal incidenten onder Amsterdamse toeristen. Maar de prijs van dit succes is wel erg hoog.


25 september 2007
Stichting Adviesburo Drugs, Amsterdam
E-mail: abdrugs@euronet.nl


Dit document is te vinden op: http://www.vlos.nl/?page=publicaties&column=14
07-09-2010 01:28